Afbeelding van Freepik.com

Op deze lange pagina vertel ik je graag uitgebreid over vitamine A. Maar laat ik beginnen met de heersende opvattingen. Wie zich afvraagt wat vitamine A eigenlijk is vindt al snel deze antwoorden:

Vitamine A is een vetoplosbare vitamine en je lichaam heeft het nodig voor de ogen, huid, haar, nagels, afweersysteem, groei en celdeling. Het is een essentiële voedingsstof! Een tekort aan vitamine A leidt tot verminderde weerstand, een droge of schilferige huid en problemen met het gezichtsvermogen. Teveel vitamine A is gevaarlijk voor zwangere vrouwen.

En dat is bijna allemaal waar, alleen… het is geen vitamine en het is geen voedingsstof.

De verwarring begon al meer dan een eeuw geleden. Er werd een “factor” ontdekt uit levertraanolie die zieke proefdieren liet herstellen van hun groeiachterstand die ze als proefdier opliepen. Een nieuwe vitamine! Maar het leek wel alsof er twee stofjes bestonden, die hetzelfde herstellende effect hadden op die dieren. En uiteindelijk bleek dat ook zo te zijn: er zijn inderdaad twee stofjes, waarvan de ene de voorloper is van de andere. Maar de ontdekte en benoemde “vitamine” uit leverolie bleek de uiteindelijke stof te zijn die het lijf zelf aanmaakt (en niet de voorloper waaruit het wordt gevormd). Dat de noodzakelijke voorloper (of precursor) het plantaardige caroteen was, werd pas jaren later vastgesteld. Nog later bleek ook nog eens dat het niet twee stofjes zijn, maar twee groepen van stoffen. In de literatuur over vitamine A komen we nu steeds twee termen tegen: carotenoïden en retinoïden.

Kader: carotenoïden en retinoïden

Wellicht vraag je je nu af: als dat caroteen een stof is “die essentieel is voor het in stand houden van normale metabolische functies, maar niet in het lichaam wordt gesynthetiseerd en daarom moet worden verkregen uit een exogene bron” 1), dan is dát toch de vitamine? Dan moest die toch als zodanig worden aangewezen? Ja, dat is zo. Maar zo is het historisch niet gelopen.

Eind 19e en begin 20e eeuw voerden diverse wetenschappers (Lunin, Socin, Pekelharing, Hopkins etc.) experimenten uit waarbij hun proefdieren geen groente of fruit kregen. De dieren (koeien, geiten en knaagdieren, allemaal planteneters) liepen groeiachterstanden op, terwijl ze volgens de heersende inzichten voldoende voedsel kregen. Al snel bleek dat een hele kleine hoeveelheid melk (een dierlijke bron) herstel bracht.

Edwin Hart, Elmer McCollum en Harry Steenbock rapporteerden in 1917 over gele maïs, een plantaardige bron die ook die herstellende factor leek te bevatten. Koeien (die voornamelijk gras eten) bleken ziek te worden toen ze alleen maar tarwe kregen. Tarwe bevat heel weinig caroteen. Toen echter een deel van het voer als gele maïs werd gegeven, bleken de nadelige effecten van tarwe opgeheven. Ook alfalfa (luzerne) hooi bleek erg goed te werken voor de graseters. 2) In 1919 schreef Steenbock dat hij de factor ook had gevonden in zoete aardappel en (oranje) wortelen. 3)

Kader: Thomas Moore blikt terug

Zoals Thomas Moore in zijn artikel vertelt, werd per vergissing verondersteld dat caroteen “verstoken zou zijn van biologisch activiteit”. Een vergissing die eraan heeft bijgedragen dat retinol de aangewezen vitamine werd en niet caroteen (of eigenlijk carotenen, want er is ook nog alfacaroteen en bètacryptoxanthin). Het is echter duidelijk dat vitamine A helemaal geen vitamine is maar een lichaamseigen stof. Thomas Moore toonde aan dat bètacaroteen in het lijf wordt omgezet naar vitamine A (retinol). 9)10) Toch werd er vastgehouden aan het gemakkelijk te isoleren en stabiele retinol als “de echte vitamine A”.

Vervolgens werd er nóg een verkeerde aanname gedaan. Verondersteld werd dat de ingenomen bètacaroteen altijd volledig wordt omgezet naar vitamine A, die dan als voorraad zou worden opgeslagen in de lever. Dat is echter niet zo, het omzetten van bètacaroteen wordt automatisch begrensd. Het is zelfs zo dat je huid oranje kleurt van het pigment caroteen wanneer je daar veel van inneemt. Juist omdat niet alles wordt omgezet in het vrijwel kleurloze retinol, maar wordt opgeslagen in onderhuids vet, krijg je er een kleurtje van (Carotinemie). Na het zoveelste worteltje stopt de conversie zichzelf. Was zo'n teruggekoppeld regelsysteem een te lastig concept destijds?

In 1949 kreeg een speciaal aangestelde commissie de opdracht om de juiste conversiefactor vast te stellen, voor de omzetting van bètacaroteen naar vitamine A. Dat bleek een hele lastige, vrijwel onuitvoerbare, opdracht te zijn. Uit het verslag dat daarover is opgemaakt blijkt echter geen twijfel over de uitgangspunten en uitvoerbaarheid van de opdracht. De vaste conversiefactor is uiteindelijk officieel vastgelegd alsof die kon bestaan. Een tweede vergissing. Er heerste veel verwarring.

Kader: de verwarring bij de vitamine A subcommissie

Ook was er verbazing over de resultaten van alle uitgevoerde onderzoeken omdat die volledig anders waren dan verwacht. Maar er werd niet teruggegaan naar de tekentafel, ondanks “een conclusie van fundamenteel belang” en het bestaan van conflicterend bewijs. De voedingsindustrie stond klaar om de synthetische retinyl-esters toe te voegen aan de margarines.

Vitamine A is uniek! We moeten precies genoeg en zeker niet teveel van deze heel bijzondere vitamine innemen om onszelf niet te vergiftigen!

Ofwel:

Vitamin A is unique among the vitamins in that its concentration must be within a very narrow range in order to avoid both deficiency and toxicity. 11)

Vitamine A is uniek onder de vitamines omdat de concentratie ervan binnen een zeer nauw bereik moet liggen om zowel tekorten als toxiciteit te voorkomen

Zo valt te lezen in een onderzoek uit 2008, over vitamine A en celdifferentiatie, in het vakblad Cell.

Lareb schrijft over vitamine A:

Zowel tekorten als te hoge hoeveelheden kunnen schadelijk zijn tijdens de zwangerschap. 12)

Is dat niet vreemd, voor een “essentiële voedingsstof” die zo belangrijk is voor onze gezondheid? Op diezelfde pagina schrijft Lareb echter:

Het lichaam zet alleen die hoeveelheid bètacaroteen om in vitamine A die het nodig heeft.

Aha! De juiste weg voor vitamine A is blijkbaar door het zelf aan te maken uit bètacaroteen! Als we het aan ons lijf overlaten en het op de juiste manier voeden dan gaat het gewoon precies goed! Groente en fruit leveren het bètacaroteen, de voorloper die zo lastig was te isoleren en stabiel te houden. Thomas Moore beschreef het in 1941 in zijn terugblik. Hij schreef in dat artikel ook het volgende. “In de meeste groenteweefsels is het pigment opmerkelijk stabiel en bestand tegen koken, inblikken of drogen van de groente onder zorgvuldige omstandigheden.plugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_big"In most vegetable tissues the pigment is remarkably stable, and withstands cooking, canning, or the drying of the vegetable under careful conditions."” Als we het gewoon laten zitten in de wortels en de appeltjes, dan blijft het heel stabiel. Zelfs tomaten uit blik of in de pizzasaus leveren nog steeds die “pro-vitamine” en ons lijf doet de rest. Precies goed. Zonder ons te vergiftigen.

Inmiddels is de vitamine A-stofwisseling steeds verder onderzocht en in kaart gebracht. De bovenstaande afbeelding is gebaseerd op een illustratie in een wetenschappelijk artikel uit 2017. 13)14) Het laat de stofwisseling, ofwel het metabolisme rondom vitamine A zien. Linksboven zien we plantaardige bronnen van bètacaroteen die we met ons dieet binnenkrijgen. Met behulp van een enzym (BCO1plugin-autotooltip__defaultBeta-carotene 15,15'-dioxygenase) wordt bètacaroteen omgezet in retinal dat centraal in het plaatje staat. 15)

Kader: het vitamine A-metabolisme verder uitgelegd

Voor niet-planteneters geldt dat met de dierlijke voedingsproducten de retinoïden meekomen uit het dier dat als voedingsbron diende. Die extra retinoïden worden toegevoegd aan de opgeslagen retinyl-esters in de lever. Het ongewenste overschot wordt dan met de gal (groen in het plaatje) afgevoerd. Het afvoeren van de retinoïden duurt echter veel langer dan het veilig opslaan. Daardoor stapelt het; het “bio-accumuleert”.

In de natuur maken planteneters voor hun eigen metabolisme de retinoïden aan uit bètacaroteen. Die omzetting is gereguleerd en begrensd. Dieren in de stal krijgen echter ook nog direct retinoïden aangeboden (vitamine A in de vorm van synthetische retinyl-esters in het voer of water). Via de dierlijke vetten (zoals melkvet) en eieren, maar ook via leverproducten, komen die uiteindelijk in ons dieet terecht. Daarbovenop krijgen wij ook diezelfde kunstmatige esters, meestal retinylacetaat of retinylpalmitaat, direct binnen via de toevoegingen aan producten en via eventuele supplementen of vitaminepreparaten. Retinylacetaat wordt op industriële schaal volledig synthetisch geproduceerd met jaaropbrengsten van meer dan 7.500 ton. 16)

Kader: de synthetische productie van vitamine A

Onze lijven slaan noodgedwongen steeds meer op in onze levers. Met die opslag worden de gevolgen van vergiftiging zo lang mogelijk afgewend. We lijken, als we ter wereld komen, met een redelijk ongeschonden, schone lever te beginnen. Bij zuigelingen werden nog waarden vanaf nul gemeten, maar bij de kinderen uit onderstaand onderzoek bleek het al te stapelen:

The mean liver stores of vitamin A in children (1 to 10 years of age) have been reported to range from 171 to 723 µg/g (Flores and de Araujo, 1984; Mitchell et al., 1973; Money, 1978; Raica et al., 1972; Underwood et al., 1970), whereas the mean liver vitamin A stores in apparently healthy infants is lower, ranging from 0 to 320 µg/g of liver (Flores and de Araujo, 1984; Huque, 1982; Olson et al., 1979; Raica et al., 1972; Schindler et al., 1988). 17) (p95)

Bij kinderen (1 tot 10 jaar oud) is gerapporteerd dat de vitamine A-concentratie in de lever varieert van 171 tot 723 µg/g (Flores en de Araujo, 1984; Mitchell et al., 1973; Money, 1978; Raica et al., 1972; Underwood et al., 1970), terwijl de gemiddelde levervoorraad vitamine A bij blijkend gezonde zuigelingen lager is, variërend van 0 tot 320 µg/g lever (Flores en de Araujo, 1984; Huque, 1982; Olson et al., 1979; Raica et al., 1972; Schindler et al., 1988).

Latere onderzoeken bevestigen de stelling dat carotenoïden (zoals bètacaroteen) heel gecontroleerd worden omgezet. Net zoals een kamerthermostaat de temperatuur in ons huis regelt, zo is er ook een terugkoppeling in ons lijf die ervoor zorgt dat er niet meer caroteen naar retinol wordt omgezet dan het lijf kan gebruiken. Naarmate er meer wordt omgezet wordt ook die omzetting meer teruggeregeld. In het plaatje hierboven is die tegenkoppeling uitgebeeld met de onderbroken rode pijl. Zo zorgt ons lijf ervoor dat we onszelf niet kunnen vergiftigen met het eten van worteltjes en boerenkool.

Kader: het strak geregelde vitamine A-metabolisme

Waarom dan toch die onveilige route met synthetische retinylesters als toevoegingen..? Langs die weg wordt het begrenzende regelmechanisme in ons lichaam omzeild. Het kan dan geen evenwicht, geen homeostase, bewaren.

Kader: de effecten van vitamine A versus bètacaroteen

In 2015 heeft de Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) voedingsnormen voor vitamine A vastgesteld en werden aanpassingen in de Europese wetgeving voor vitamine A doorgevoerd die de consument zou beschermen bij het eten van orgaanvlees. Voortaan mocht vitamine A niet zomaar via het drinkwater aan consumptiedieren worden verstrekt. Maar vreemd genoeg biedt dezelfde overweging ook een opening voor de sector om het toch te doen, via een “mengvoeder”.

Vitamine A mag niet rechtstreeks via het drinkwater worden toegediend omdat een bijkomende toedieningsweg het risico voor de consumenten zou verhogen. De vergunning voor retinylacetaat, retinylpalmitaat en retinylpropionaat als nutritionele toevoegingsmiddelen behorende tot de functionele groep „vitaminen, provitaminen en chemisch duidelijk omschreven stoffen met een gelijkaardige werking” moet derhalve worden geweigerd wat het gebruik ervan in water betreft. Dat verbod geldt niet voor de toevoegingsmiddelen in mengvoeder die vervolgens via water worden toegediend. 28)

Het lijf kan nog wel de overtollige retinoïden opslaan in de lever en acute vergiftiging voorkomen. Maar hoe lang gaat dat goed? Vitamine A kan immers niet blíjven stapelen in de lever, die geen onbegrensde opnamecapaciteit heeft. Dit citaat uit ondergenoemd onderzoek vat het treffend samen. Het gaat goed totdat het fout gaat.

The cleavage of provitamin A carotenoids to retinal is a highly regulated step, and vitamin A toxicity from provitamin A sources is largely impossible. In contrast, absorption and hepatic storage of preformed vitamin A occur very efficiently until a pathologic condition develops. 29)

De splitsing van provitamine A-carotenoïden naar retinal is een sterk gereguleerde stap, en vitamine A-toxiciteit uit provitamine A-bronnen is grotendeels onmogelijk. Daarentegen vinden de absorptie en opslag in de lever van voorgevormde vitamine A zeer efficiënt plaats totdat zich een pathologische aandoening ontwikkelt.

Kader: dodelijk gevoelig voor vitamine A

Kader: de casus Carrot Juice Junkie

Er zijn twee manieren waarop we aan die belangrijke, lichaamseigen stof vitamine A kunnen komen:

  1. zelf aanmaken uit plantaardige voedingsmiddelen, de “pro-vitamines” (carotenen),
  2. als “voorgevormde vitamine” uit dierlijke bron, dan wel als synthetische esters.

Langs de eerste weg wordt een toereikende, maar gelimiteerde voorraad aangelegd in de lever. Die begrenzing maakt deze weg zeer veilig. Een terugkoppelmechanisme zorgt er heel gecontroleerd voor dat er niet meer caroteen wordt omgezet dan nodig is om als buffervoorraad te dienen. Via deze negatieve terugkoppeling bepaalt de retinolwaarde in het bloed wat er met het caroteen in de ingewanden gebeurt. 32)

De tweede weg laat toe dat er ook direct enige retinoïden kunnen worden ingenomen zonder risico op acute vergiftiging. Een eventueel overschot wordt toegevoegd aan de voorraad in de lever, die dan dient dan als veilige opslag. Het snel opslaan van de retinoïden en relatief traag afvoeren kan echter leiden tot leververgifiging. De vergiftiging kan er jaren, mogelijk decennia over doen om op te bouwen. Ook zal inname langs deze route leiden tot verhoogde bloedwaarden. 33)

Kader: het effect van langdurige vitamine A-stapeling

Pas eind jaren 1980 begon het door te dringen dat vitamine A een directe rol speelt bij het vertalen van ons genetisch gecodeerd materiaal naar eiwitten. Dit is een enorm belangrijk proces, bijvoorbeeld voor de reproductie; dus tijdens de zwangerschap en de embryonale ontwikkeling.

Kader: de teratogene effecten van vitamine A

Vitamine A-zuur, het uiteindelijke metaboliet in de vitamine A-stofwisseling (zie plaatje hierboven), activeert in onze cellen een kernreceptor: de RAR. Deze activatie zet de transcriptie in gang, de vertaling van genetische codes naar de aanmaak van eiwitten, ofwel de genexpressie.

Zonder vitamine A ook geen Vitamine A-zuur (retinezuur) en geen transcriptionele activatie. Zonder activerende metaboliet geen bouwstoffen voor de baby. Bij een tekort (avitaminose) gaat het logischerwijs mis met de reproductie. Met geboorteafwijkingen als gevolg. Maar bij teveel, dus hypervitaminose A, gaat het ook mis! Vitamine A is dan opeens teratogeen! Thomas Moore beschreef het in zijn lijvige boek uit 1957:

Hypervitaminosis A resembles avitaminosis A in interfering with reproduction, and the ranges of congenital abnormalities which can be incurred seem to be much the same. 42)43)(p549)

Hypervitaminose A lijkt op avitaminose A wat betreft de invloed op de voortplanting. Ook de mate van aangeboren afwijkingen die kunnen optreden, lijkt vergelijkbaar.

“Vitamine A is essentieel.” We moeten het in ons lijf hebben. Maar net iets teveel en het is weer mis!? Hoe dan?

Kader: activeren versus blokkeren van de vitamine A-receptor

Het maakt nogal wat uit op welke manier we aan onze vitamine A komen. We kunnen het heel veilig zelf aanmaken uit caroteen of met een zeker risico direct als retinol, of als een retinyl-ester, binnenkrijgen. In het eerste geval wordt de omzetting naar vitamine A op een veilig niveau begrensd, terwijl het in het tweede geval steeds hoger kan oplopen.

Er zijn goede redenen om te voorzien in onze behoefte aan deze hele belangrijke, maar lichaamseigen stof “vitamine A” door gewoon tomaten, wortelen, boerenkool en spinazie te eten!!! 💪💪💪

Verderlezen over vitamine D ☛


2)
Hart EB, McCollum EV, Steenbock H, Humphrey GC. Physiological Effect on Growth and Reproduction of Rations Balanced from Restricted Sources. Proc Natl Acad Sci U S A. 1917 May;3(5):374-82. doi: 10.1073/pnas.3.5.374.
[PMID: 16586741] [PMCID: 1091261] [DOI: 10.1073/pnas.3.5.374]
3)
FAT-SOLUBLE VITAMINE (1919)
H. Steenbock, E.G. Gross, M.T. Sell Journal of Biological Chemistry 40/2 p501-532
Elsevier BV DOI:10.1016/s0021-9258(18)87259-3
4) , 5) , 10)
Vitamin A and carotene (1930)
Thomas Moore Biochemical Journal 24/3 p692-702
Portland Press Ltd. DOI:10.1042/bj0240692
8)
Moore T. Vitamin A. Postgrad Med J. 1941 Apr;17(185):52-60. doi: 10.1136/pgmj.17.185.52.
[PMID: 21313221] [PMCID: 2477523] [DOI: 10.1136/pgmj.17.185.52]
9)
THE RELATION OF CAROTIN TO VITAMIN A. (1929)
Thomas Moore The Lancet 214/5530 p380-381
Elsevier BV DOI:10.1016/s0140-6736(00)99737-x
11)
Retinoic Acid Synthesis and Signaling during Early Organogenesis (2008)
Gregg Duester Cell 134/6 p921-931
Elsevier BV DOI:10.1016/j.cell.2008.09.002
13)
Libien J, et al. J Neurol Sci. 2017 Jan 15;372:78-84. doi: 10.1016/j.jns.2016.11.014. Epub 2016 Nov 10.
[PMID: 28017254] [PMCID: 5290478] [DOI: 10.1016/j.jns.2016.11.014]
15)
Filling the Gap in Vitamin A Research (2000)
Johannes von Lintig, Klaus Vogt Journal of Biological Chemistry 275/16 p11915-11920
Elsevier BV DOI:10.1074/jbc.275.16.11915
16)
75 Years of Vitamin A Production: A Historical and Scientific Overview of the Development of New Methodologies in Chemistry, Formulation, and Biotechnology (2023)
Werner Bonrath, Bo Gao, Peter Houston, Tom McClymont, Marc-André Müller, Christian Schäfer, Christiane Schweiggert, Jan Schütz, Jonathan A. Medlock Organic Process Research & Development 27/9 p1557-1584
American Chemical Society (ACS) DOI:10.1021/acs.oprd.3c00161
17)
Dietary Reference Intakes for Vitamin A, Vitamin K, Arsenic, Boron, Chromium, Copper, Iodine, Iron, Manganese, Molybdenum, Nickel, Silicon, Vanadium, and Zinc (2002)
Institute of Medicine, Food and Nutrition Board, Standing Committee on the Scientific Evaluation of Dietary Reference Intakes, Subcommittee of Interpretation and Uses of Dietary Reference Intakes, Subcommittee on Upper Reference Levels of Nutrients, Panel on Micronutrients
National Academies Press ISBN:9780309072793
18)
von Lintig J, Moon J, Lee J, Ramkumar S. Carotenoid metabolism at the intestinal barrier. Biochim Biophys Acta Mol Cell Biol Lipids. 2020 Nov;1865(11):158580. doi: 10.1016/j.bbalip.2019.158580. Epub 2019 Nov 30.
[PMID: 31794861] [PMCID: 7987234] [DOI: 10.1016/j.bbalip.2019.158580]
19)
Genetics and Diet Regulate Vitamin A Production via the Homeobox Transcription Factor ISX (2013)
Glenn P. Lobo, Jaume Amengual, Diane Baus, Ramesh A. Shivdasani, Derek Taylor, Johannes von Lintig Journal of Biological Chemistry 288/13 p9017-9027
Elsevier BV DOI:10.1074/jbc.m112.444240
20)
Recent insights on the role and regulation of retinoic acid signaling during epicardial development (2019)
Suya Wang, Alexander R. Moise genesis 57/7-8
Wiley DOI:10.1002/dvg.23303
21)
LRAT coordinates the negative-feedback regulation of intestinal retinoid biosynthesis from β-carotene (2021)
Srinivasagan Ramkumar, Jean Moon, Marcin Golczak, Johannes von Lintig Journal of Lipid Research 62 p100055
Elsevier BV DOI:10.1016/j.jlr.2021.100055
22) , 34) , 35)
Evaluation of vitamin A toxicity (1990)
JN Hathcock, DG Hattan, MY Jenkins, JT McDonald, PR Sundaresan, VL Wilkening The American Journal of Clinical Nutrition 52/2 p183-202
Elsevier BV DOI:10.1093/ajcn/52.2.183
23)
Gezondheidseffecten van hoge en lage vitamine A-inname in Nederland (2018)
F.B.C. Vennemann, A.A.M. Van Oeffelen, M.E. Van De Kamp, J. Verkaik-Kloosterman
RIVM DOI:10.21945/RIVM-2017-0173
24)
Hathcock JN, Hattan DG, Jenkins MY, McDonald JT, Sundaresan PR, Wilkening VL. Evaluation of vitamin A toxicity. Am J Clin Nutr. 1990 Aug;52(2):183-202. doi: 10.1093/ajcn/52.2.183.
[PMID: 2197848] [DOI: 10.1093/ajcn/52.2.183]
25)
Teratogenicity of High Vitamin A Intake (1995)
Kenneth J. Rothman, Lynn L. Moore, Martha R. Singer, Uyen-Sa D.T. Nguyen, Salvatore Mannino, Aubrey Milunsky New England Journal of Medicine 333/21 p1369-1373
Massachusetts Medical Society DOI:10.1056/nejm199511233332101
26)
Vitamin A and Carotenoid Toxicity (2001)
Rune Blomhoff Food and Nutrition Bulletin 22/3 p320-334
SAGE Publications DOI:10.1177/156482650102200309
27)
Mechanisms of Feedback Regulation of Vitamin A Metabolism (2022)
Catherine O’Connor, Parisa Varshosaz, Alexander R. Moise Nutrients 14/6 p1312
MDPI AG DOI:10.3390/nu14061312
29)
The acute and chronic toxic effects of vitamin A (2006)
Kristina L Penniston, Sherry A Tanumihardjo The American Journal of Clinical Nutrition 83/2 p191-201
Elsevier BV DOI:10.1093/ajcn/83.2.191
30)
Carpenter TO, Pettifor JM, Russell RM, Pitha J, Mobarhan S, Ossip MS, Wainer S, Anast CS. Severe hypervitaminosis A in siblings: evidence of variable tolerance to retinol intake. J Pediatr. 1987 Oct;111(4):507-12. doi: 10.1016/s0022-3476(87)80109-9.
[PMID: 3655980] [DOI: 10.1016/s0022-3476(87)80109-9]
31)
Vitamins and Minerals: Help Or Harm? (1986)
Charles W. Marshall
Lippincott Williams & Wilkins ISBN:
32)
Carotenoid metabolism at the intestinal barrier (2020)
Johannes von Lintig, Jean Moon, Joan Lee, Srinivasagan Ramkumar Biochimica et Biophysica Acta (BBA) - Molecular and Cell Biology of Lipids 1865/11 p158580
Elsevier BV DOI:10.1016/j.bbalip.2019.158580
33)
Vitamin a hepatotoxicity in multiple family members (1988)
Gerald Y. Minuk, James K. Kelly, Wei-Sek Hwang Hepatology 8/2 p272-275
Ovid Technologies (Wolters Kluwer Health) DOI:10.1002/hep.1840080214
36)
The effect of vitamin A supplementation on serum retinol and retinol binding protein levels (1985)
N.J. Wald, H.S. Cuckle, R.D. Barlow, P. Thompson, K. Nanchahal, R.J. Blow, I. Brown, C.C. Harling, W.J. McCulloch, J. Morgan, A.R. Reid Cancer Letters 29/2 p203-213
Elsevier BV DOI:10.1016/0304-3835(85)90160-0
42)
<i>Vitamin A</i> . Thomas Moore. Elsevier, Amsterdam, 1957 (order from Van Nostrand, Princeton, N.J.). xx + 645 pp. Illus. $14. (1958)
Elmer L. Severinghaus Science 127/3304 p968-969
American Association for the Advancement of Science (AAAS) DOI:10.1126/science.127.3304.968.b
45)
Pflanzenfarbstoffe XXXV. Zur Konstitution des β‐Carotins und β‐Dihydro‐carotins (1931)
P. Karrer, R. Morf Helvetica Chimica Acta 14/5 p1033-1036
Wiley DOI:10.1002/hlca.19310140510
46)
Zur Kenntnis des Vitamins‐A aus Fischtranen II (1931)
P. Karrer, R. Morf, K. Schöpp Helvetica Chimica Acta 14/6 p1431-1436
Wiley DOI:10.1002/hlca.19310140622
47)
All-trans-retinol is a ligand for the retinoic acid receptors. (1993)
J J Repa, K K Hanson, M Clagett-Dame Proceedings of the National Academy of Sciences 90/15 p7293-7297
Proceedings of the National Academy of Sciences DOI:10.1073/pnas.90.15.7293
48)
Teratology of Retinoids (1999)
Michael D. Collins, Gloria E. Mao Annual Review of Pharmacology and Toxicology 39/1 p399-430
Annual Reviews DOI:10.1146/annurev.pharmtox.39.1.399